De 8 geheimen van leidinggeven

15 september 2014

Waarom heeft de ene leider c.q. manager zo’n succes en lijkt de ander herhaaldelijk de plank mis te slaan? In dit artikel worden kort een aantal geheimen van “goed leiderschap” beschreven. De lijst is natuurlijk niet uitputtend, maar geeft meer dan voldoende stof om eens het eigen leiderschap te overdenken en te reflecteren. Hebt u vragen over wat er genoemd wordt of in welke mate u kunt werken aan uw eigen competenties als leider? Schroom niet om contact op te nemen met de auteur van dit artikel.

1. Wees authentiek
De eerste les voor een leider is om authentiek te zijn: wees jezelf! Afwijken van uw natuurlijk gedrag komt op anderen vaak gemaakt over en geeft daardoor ook weinig echte resultaten. Verder kost het vaak veel energie. Dit betekent natuurlijk niet dat u niet moet werken aan eventuele minder aantrekkelijke karaktereigenschappen en u niet uw best moet doen om daar niet aan toe te geven. Maar sommige leiders nemen in een poging om hun zin te krijgen de toevlucht tot acteren. Er zijn echter maar weinig mensen die goed kunnen acteren en die zijn meestal niet terug te vinden in managementfuncties. Besef goed dat (heel boud gezegd) elke actie die niet authentiek is, in bepaalde mate ook een leugen is...

2. Wees consequent
Consequent zijn zorgt ervoor dat mensen weten “wat ze aan u hebben”. Voor werknemers is er niets zo vervelend als leiders die de ene dag iets blauw vinden en het de volgende dag groen noemen. Denk terug aan uw eigen schooltijd bijvoorbeeld: de leerkrachten die altijd vriendelijk waren of altijd streng, waren vaak het meest populair. De leerkrachten die de ene dag het één waren en de volgende het ander, het minst.

3. Wees realistisch
Het is belangrijk dat u realistisch bent, zowel naar uzelf als naar uw werknemers. Dit geldt op meerdere terreinen: als u op voorhand weet dat een investering niet haalbaar is, laat dan niet de indruk ontstaan dat het misschien toch gaat lukken. Hoe groter de hoop, des te groter de teleurstelling. Eis van uw werknemers geen prestaties die door hen niet waargemaakt kunnen worden; dit daagt niet uit, maar bouwt enkel frustraties op. Ook richting uzelf is dit belangrijk: accepteer dat u ook slechts een feilbaar mens bent en dus af en toe fouten maakt. Accepteer ook dat u het nooit iedereen naar de zin kan maken.

4. Wees onbaatzuchtig
Als leider bent u er voor uw organisatie en dus – maar wel pas in tweede instantie…! – voor uw werknemers, niet andersom. Soms vraagt het organisatiebelang om een beslissing die tegen uw eigen belangen ingaat: bijvoorbeeld een beslissing die u impopulair maakt bij uw personeel, maar wel nodig is voor het geheel van de organisatie. Denk ook aan het vorige geheim om realistisch te zijn: hierdoor kunt u de omstandigheden, reacties van anderen, enzovoorts relativeren en de nodige onbaatzuchtigheid tonen.

5. Durf te beslissen
Als een moeilijke beslissing genomen moet worden, ontstaat vaak de neiging om deze voor ons uit te duwen. Er wordt om meer informatie gevraagd (“om een betere overweging te kunnen maken”) en er wordt nog wat meer overleg gepleegd (“om een mogelijk alternatief te onderzoeken”). Uiteindelijk moet u toch een keer beslissen. Durf dat dan ook te doen en blijf niet aan het uitstellen, ondanks de welluidende argumenten die hiervoor nog verzonnen kunnen worden. De prestaties van een leider en zijn organisatie worden veelal niet bepaald door de effecten van de genomen beslissingen, maar juist door de beslissingen die niet werden genomen. Opnieuw kunnen de twee voorgaande geheimen helpen om dit geheim onder de knie te krijgen.

6. Weet waar u over praat
Een goede leider kan in elke organisatie functioneren, ongeacht in welke sector die organisatie actief is. Wel is het belangrijk dat u weet waar u over praat; immers, hoe kunt u een goede beslissing nemen als dat niet het geval is! Dit wil niet zeggen dat u zelf alles moet weten: laat u goed voorlichten, vraag door als mensen van de werkvloer u iets uitleggen en vraag om verheldering waar en wanneer nodig. Wees (opnieuw een vorig geheim) realistisch: niemand verwacht dat u alles weet, wel dat u al de informatie die u aangedragen krijgt goed afweegt en een besluit neemt.

7. Geloof in wat u zelf zegt
Hoe geloofwaardig is een bakker die zelf zijn eigen brood niet lust? Niet natuurlijk. Zo is het ook met leidinggeven: als u iets zegt, moet u zelf ook wel geloven dat wat u zegt juist is. Als dat niet het geval is, komt u weinig overtuigend over en zal het beleid dat u probeert uitgevoerd te krijgen dus minder draagvlak kennen. We kunnen het ook omgekeerd formuleren: zeg alleen wat u zelf ook gelooft. Dit vereist een stuk kennis (“weet waar u over praat”: u bent dan minder onzeker over de juistheid van wat u zelf zegt) en een stuk realisme (“wees realistisch”: als u dit niet bent weet u dat zelf en kunt u uw beleid dus ook al niet meer overtuigend overbrengen).

8. Communiceer, maar met mate
Als u mensen wilt overtuigen van het nut of de noodzaak van het door u voorgestane beleid, moet u dit beleid dus wel goed communiceren. Een goede communicatie zorgt voor transparantie en openheid, wat vervolgens weer leidt tot het ontstaan van draagvlak voor het beleid en betrokkenheid op de organisatie bij het personeel. Echter, doe dit alles wel met mate: niet iedereen hoeft alles te weten om betrokken te kunnen zijn en het beleid goed uit te voeren. Denk hierbij aan de informatieparadox uit het artikel “de gulden middenweg van leidinggeven”: niet elk personeelslid heeft de tijd, kennis en vaardigheden om alle informatie af te wegen en te schiften. En sommige zaken, zoals de privéproblemen van een collega op een andere afdeling, gaan mensen ook weinig aan. In principe werkt iedereen op een zogenaamde “need to know”-basis: zorg als leider ervoor dat u altijd de informatie-eis geheel vult, maar ga niet voorbij dit niveau.

Trefwoorden: goed leiderschap, geheimen van leidinggeven

Deel deze pagina met je volgers op social media: