Over onderhoud van scholen en het Aalburgse onderhoudsamendement

Blog over onderhoudsamendementAfgelopen dinsdagavond werd in de raadsvergadering van de gemeente Aalburg een amendement inzake de voorgenomen overdracht van de onderhoudsvoorzieningen aan de basisscholen aangenomen. Hoe zit dat nu precies met dat onderhoud en waarom was genoemd amendement, opgesteld door Ideaalburg, CDA en SGP en mede ondertekend door de Aalburgse Alliantie en de BAB, nu nodig?

Gescheiden verantwoordelijkheid
De huisvesting van basisscholen kent een belangrijke tweedeling: de gemeente is verantwoordelijk voor het bouwen van scholen waarna de school verantwoordelijk is om als gebruiker het gebouw te onderhouden. Tot 1 januari 2015 was er binnen dat onderhoud nog een tweedeling: het buitenonderhoud en eventuele renovaties (denk aan het vervangen van bijvoorbeeld een toiletgroep) was voor rekening van de gemeente en alleen het binnenonderhoud moest door de school betaald worden. Vanuit het rijk ontvingen gemeenten voorheen een bepaald bedrag voor bouw en buitenonderhoud en scholen een bedrag voor binnenonderhoud.

'Spaarpot'
Omdat onderhoud niet elk jaar gelijkmatig verloopt (het ene jaar heb je weinig kosten en daarna heb je een uitgave die maar eens per tien jaar voorkomt), wordt doorgaans voor de grotere uitgaven gespaard middels een onderhoudsvoorziening. Dit is feitelijk een aparte pot op de balans waar elk jaar een bedrag aan toegevoegd wordt en waaruit de grote onderhoudsposten betaald worden. Hiermee worden kosten boekhoudkundig over meerdere jaren verspreid zodat financiële cijfers ook gelijkmatiger en perioden beter vergelijkbaar zijn.

Tot 1 januari 2015 spaarde de gemeente dus voor het buitenonderhoud van scholen. Scholen konden jaarlijks op het overleg rondom huisvesting dat ze met de gemeente voerden hun wensen aangeven, gebaseerd op een meerjaren onderhoudsplan (afgekort: MOP). Een aanvraag kon dan gehonoreerd worden waarna het onderhoud uitgevoerd zou worden, maar kon ook afgewezen worden omdat het (nog) niet nodig werd geacht. Het kon dus voorkomen dat een school een aantal jaar dezelfde onderhoudsbehoefte op het overleg in moest brengen voor deze ook daadwerkelijk gehonoreerd werd. Scholen zaten soms dus in de wacht.

Overdracht voorziening niet verplicht
Omdat er werd gespaard voor uitgaven die bijvoorbeeld pas in 2025 plaats zouden hebben, hadden gemeenten eind vorig jaar vaak nog een redelijk gevulde voorziening op hun balans staan. Vanuit het primair onderwijs is meerdere malen een oproep gedaan om in de wetgeving waarbij het onderhoud gedecentraliseerd (lees: overgedragen aan de scholen) zou worden, gemeenten ook een verplichting mee te geven een zogenaamde bruidsschatregeling te treffen, waarbij de gespaarde onderhoudspot tezamen met de verantwoordelijkheid naar de scholen zou gaan. Dit is echter niet door de wetgever ingewilligd.

Dit betekent dat er in het land dus ook gemeenten zijn die om allerlei redenen geen middelen aan de scholen hebben overgedragen. Voor scholen die bijvoorbeeld in 2015 of '16 een renovatie moeten uitvoeren van enkele tonnen is dit zuur, omdat ze een flinke uitgave moeten doen waarvoor ze nooit hebben kunnen sparen. Ze ontvangen immers pas sinds 1 januari de middelen die voorheen naar de gemeente gingen.

Nut en noodzaak van het amendement
Het college van burgemeester en wethouders in Aalburg wilde de onderhoudsvoorzieningen wel overdragen, wat vanuit de raad sterk gewaardeerd werd. Ondanks tekorten op de begroting was het onverteerbaar geweest om de scholen op te laten draaien voor onderhoud waar op de gemeentelijke balans voor gespaard was. Waarom dan toch dat amendement?

Waarborgen gerichte besteding
Zoals gezegd draagt niet elke gemeente de gespaarde middelen voor onderhoud over aan de schoolbesturen. Een deel van de schoolbesturen in de gemeente Aalburg is ook in andere gemeenten actief. Het zondermeer overdragen van de gelden had er dus toe kunnen leiden dat die gelden voor onderhoud aan een schoolgebouw in een andere gemeente gebruikt werden, omdat het schoolbestuur van mening was dat dat gebouw het harder nodig had. De door Aalburg gespaarde middelen zouden dan dus ten gunste kunnen komen van een andere gemeente die de door haar gespaarde onderhoudsgelden zelf had gehouden. Wij zijn van mening dat de schoolgebouwen in onze gemeente de middelen hard genoeg zelf nodig hebben. Middels het amendement wordt gewaarborgd dat het geld ten goede komt aan de Aalburgse schoolgebouwen, omdat de scholen alleen dat onderhoud aan die gebouwen kunnen 'declareren' bij de gemeente.

Waarborgen gerichte verdeling
Een ander punt is dat het college al een verdeling van gelden met de schoolbesturen overeen was gekomen, die gebaseerd was op omvang van de gebouwen. In onze visie was dit te generiek: een grote school die de afgelopen jaren haar onderhoudsaanvragen toegewezen had gekregen zou op die manier meer geld ontvangen dan een kleine school die herhaaldelijk nul op het rekest had gekregen. Dat terwijl die kleine school het geld dus harder nodig heeft. Het amendement voorziet er nu in dat alle scholen op grond van het lopende meerjaren onderhoudsplan hun aanvragen in kunnen dienen en dat de gemeente een lichte toets kan uitvoeren welk onderhoud het meest noodzakelijk is. Op die manier wordt het meeste geld besteed aan de school die het ook het meest nodig heeft, zonder dat dit een groot beslag op het ambtelijk apparaat hoeft te leggen (tijd is immers geld...).

Waarborgen integrale afweging
Daarbij vonden wij het belangrijk om dit alles pas vorm te geven als het integraal huisvestingsplan (het zogenaamde IHP) klaar was. In dit plan wordt de ruimtebehoefte van de scholen in kaart gebracht en ook de (resterende) levensduur. Wellicht blijkt hieruit dat school A over vijf jaar dringend vervangende huisvesting nodig heeft, terwijl school B de komende dertig jaar op de huidige locatie nog prima vooruit kan. Dat zou tot een keuze kunnen leiden om het onderhoud van school A terug te brengen tot het minimaal noodzakelijke, waardoor school A ook geen deel hoeft te ontvangen uit de gespaarde onderhoudspot. Het amendement voorziet in deze afweging door het college op te roepen te wachten met het uitvoering geven aan de overdracht tot het IHP klaar is.

Zoeken naar middelen
De middelen die gemeenten de afgelopen jaren vanuit het rijk ontvingen waren niet geoormerkt. Elke gemeente mocht dus zelf weten hoe deze besteed zouden worden. Waar de ene gemeente meer uitgaf aan onderwijshuisvesting dan ze feitelijk ontvingen, was dit voor een andere gemeente niet mogelijk. Zo ook in Aalburg: als dunbevolkte gemeente die in elke kern een goede levensstandaard wil waarborgen is het woekeren met de middelen die we hebben. Er moeten dus keuzes gemaakt worden. In het verleden is daarom besloten om de scholen op het één na laagste onderhoudsniveau te onderhouden: sober maar doelmatig. De gebouwen zijn dus niet slecht onderhouden, maar kennen zogezegd ook zeker geen gouden deurklinken. Dat betekent ook dat we ook nu niet alle aanvragen van de scholen kunnen inwilligen. Nu kent elk boekjaar mee- en tegenvallers. In ons amendement vragen we het college om als er ruimte mocht ontstaan dit jaar eventueel aanvullend budget voor de aanvragen ter beschikking te stellen. Hiervoor gelden echter begrijpelijkerwijs geen garanties.

Conclusie/samenvatting
Aalburg neemt dus haar verantwoording voor de bestaande onderhoudssituatie van de schoolgebouwen door te zorgen dat scholen niet opdraaien voor uitgesteld onderhoud. We kiezen daarbij niet voor een simpele overdracht omdat deze de doelgerichte besteding (onderhoud aan de Aalburgse scholen) onvoldoende borgt. Daarbij kiezen we in afwijking van andere gemeenten voor het koppelen van aanvragen aan de lopende MOP's zodat er geen onderhoud gedeclareerd wordt wat eigenlijk dit jaar voor rekening van de school zou komen, waarmee de school alsnog het vrijgekomen budget op een andere plek kan besteden. Ook willen we een gerichte verdeling, zodat het meest nijpende onderhoud voorrang krijgt, zelfs als dit allemaal in hetzelfde gebouw blijkt te zijn. Daarbij hebben we middels ons amendement ook de integraliteit van de aanpak geborgd: mocht blijken dat een gebouw vervangen moet worden kan dat min of meer "overgeslagen" worden. Tenslotte vragen we het college alert te zijn op mogelijkheden om het zeer waarschijnlijk ontoereikende budget waar mogelijk te versterken.

NB: het amendement werd unaniem gesteund.

Categorie: ZakelijkLokale politiek | Woensdag 28 Januari 2015 | 2 reacties

Geplaatste reacties:

Mooi te zien dat er ook gemeenten zijn die hun verantwoording nemen. Dat is bij ons niet het geval. Zou je mij de tekst van jullie amendement door willen sturen?
Reactie van Kees, geplaatst op 2015-01-28 21:14:31

Voor mij ook graag! Ter inspiratie zullen we maar zeggen.
Reactie van Feikje, geplaatst op 2015-01-29 17:50:47

Plaats uw reactie:

Verificatiecode

Navigeer naar andere blogs:

Vorige: Kinderen met talenten of ouders met centen?
Volgende: Verkiezingstaal