Kan uittreding bij het Vervangingsfonds het gat in uw begroting dichten?

20 mei 2014

Pagina afbeeldingOverweegt u uittreding uit het Vervangingsfonds? Dit kan aanzienlijke financiële voordelen voor uw bestuur opleveren plus een betere workflow zonder administratieve rompslomp of reglementaire belemmeringen. Ik help u de juiste afweging te maken en begeleid u bij daadwerkelijke uittreding.

NB: dit artikel is verouderd. Kijk hier voor de up-to-date versie: link

De nieuwe regeling bekostiging 2014/15 is vorige maand gepubliceerd en bezorgt u nu al een verliespost op uw begroting. Nog voor deze is ingegaan, loopt deze namelijk al bijna één procent achter op de werkelijke kosten voor schoolbesturen in het primair onderwijs. Dit is het gevolg van het ongewijzigd handhaven van de in de bekostiging opgenomen opslag voor het Vervangings- en Participatiefonds. Deze fondsen hebben het afgelopen jaar een forse premieverhoging doorgevoerd. De ontwikkeling is niet nieuw en het totale verschil tussen bekostiging en kosten is inmiddels een schokkende 2,7%. Uittreding uit het Vervangingsfonds kan soelaas bieden. Leeuwendaal kan u helpen de juiste afweging te maken en we kunnen u begeleiden bij de eventuele uittreding.

Achtergrond en rekenvoorbeeld

Al sinds 2004 is er sprake van een gedeeltelijk zelf betalen van de premie voor het Vervangingsfonds, waardoor de opslag die in 2006 in de lumpsumbekostiging is opgenomen ook niet dekkend is. Deze opslag bedraagt nu 4,026% en wordt dus gehandhaafd, terwijl de premie het afgelopen jaar steeg van 7,77% naar 8,2%. De percentages premie en opslag zijn niet vergelijkbaar omdat ze worden berekend over verschillende grootheden: de premie wordt geheven over het sociaal verzekeringsloon en de opslag over het totaal van de bekostiging.

Een versimpeld rekenvoorbeeld: stel dat u elke 1 miljoen euro aan lumpsumbekostiging gebruikt om personeel in te zetten, het SV-loon gelijk te stellen is aan het brutoloon en de opslag voor sociale lasten en overige brutolooncomponenten ongeveer 58% is. Dan zou elke miljoen euro loonkosten een bedrag van 632.911 euro aan brutoloon betekenen (1 miljoen gedeeld door 1,58). De ontvangen opslag over 2013 kan dan benaderd worden als 4,026% van 1 miljoen euro, wat een bedrag van 40.260 euro geeft, terwijl de betaalde premie over die periode benaderd kan worden als 632.911 euro maal 7,77%, wat een bedrag van 49.177 euro geeft.

Als we deze exercitie herhalen met de nieuwe premiebedragen en dus uitgaan van kalenderjaar 2014, dan is het verschil tussen wat ontvangen wordt en wat afgedragen moet worden gestegen van 8.917 euro negatief tot 11.639 euro negatief. Aansluiting bij het Vervangingsfonds wordt dus door de gestegen premie en het uitblijven van compensatie hiervoor in de bekostiging 2.722 euro duurder per miljoen euro aan loonkosten.

Het verschil tussen premieafdracht en opslag bij het Participatiefonds is nog veel groter. Hier is het tekort op de opslag die in de bekostiging is opgenomen gestegen van 8.987 euro per miljoen aan loonkosten tot 15.136 euro. Onderstaand schema vat de (toegenomen) verschillen tussen bekostiging en kosten nog eens samen:

Vervanging 2013/14 2014/15
Vergoeding 40.260 40.260
Premie 49.177 51.899
Verschil -8.917 -11.639
 
Participatie 2013/14 2014/15
Vergoeding 10.000 10.000
Premie 18.987 25.316
Verschil -8.987 -15.316

Het totale verschil tussen de bekostiging aan het VF en PF en de premiebetaling loopt dus op van 17.905 euro (1,79%) tot 26.955 euro (2,70%) in 2014/15. Een toename van 9.051 euro (0,91%) per miljoen euro aan lumpsum.

Impact

Hoewel een stijging in de bestaande mismatch van 0,91% niet groot lijkt en ook de bovenstaande bedragen per miljoen euro aan loonkosten naast dat miljoen niet veel lijken, moet niet vergeten worden dat het onderwijs geen profit sector is. Er wordt vaak gewerkt met hele grote omzetten maar zeer lage resultaten in relatie tot die omzet. Krap een procent verschil maakt dan al het verschil tussen een nipte winst of een voor onderwijsbegrippen toch fors verlies. Immers, een stijging van de mismatch met 0,91% bij een bestuur met 15 miljoen euro aan loonkosten betekent een kostenpost van 135.759 euro.
Nog schokkender is het totale effect zoals dat door de jaren heen is aangegroeid. Wederom uitgaande van een bestuur met 15 miljoen euro aan loonkosten, is de totale mismatch tussen bekostiging en te betalen premies voor dat bestuur inmiddels opgelopen tot 405.000 euro. De rekening hiervoor zal toch ergens in de organisatie betaald moeten worden in de vorm van minder beschikbare middelen – hetzij in de ondersteuning, hetzij in het primaire proces. "Altijd iemand voor de klas", is het streven van het Vervangingsfonds, maar dit streven begint door het ontbreken van prikkels om het verzuim echt terug te dringen alleen maar inzet voor de klas te kosten.

Wat kunt u doen?

Om met het slechte nieuws te beginnen: de grootste stijging in kosten ligt bij het Participatiefonds en helaas is daar vooralsnog weinig aan te doen. Rondom het Vervangingsfonds zijn er echter onder bepaalde voorwaarden wel mogelijkheden. Sinds vorig jaar heeft het Vervangingsfonds onder politieke druk namelijk de mogelijkheid geopend voor zowel individuele besturen als groepen (collectieven) met een lumpsum van meer dan 20 miljoen (let op: gedefinieerd als de som van personele bekostiging, schoolbudget en materiële bekostiging) om eigenrisicodrager te worden. Hier is inmiddels ook al gebruik van gemaakt door besturen die nettobetaler aan het Vervangingsfonds waren (lees: meer premie betaalden dan ze declareerden). Ondernemende samenwerkingsverbanden passend onderwijs die veel kleinere besturen als lid hebben, kunnen vanuit bestaande contacten de rol van collectief op zich nemen, om zo de vorming van overtollige nieuwe lagen te voorkomen en zichzelf meer te positioneren.
Toekomstgericht kunnen we stellen dat het voor de sector interessant is als er meer uittreding plaats heeft, omdat in een dergelijk geval eerder de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds op de helling zal komen te staan. In het kielzog daarvan zal het dan ook steeds waarschijnlijker worden dat ook de verplichte aansluiting bij het Participatiefonds heroverwogen gaat worden.

Rekenmodel

Om u vast een indruk te geven van het mogelijke voordeel hebben we een rekenmodel ontwikkeld waarmee u gemakkelijk en snel een indicatie van het financiële effect van uittreding krijgt. Een preciezere berekening is door ons zo gemaakt, neemt u daarvoor gewoon even contact met ons op. Ook zonder een groot financieel voordeel kan het voor uw bestuur voordelig zijn om (eventueel in een collectief) uit te treden. Zo kan uittreding zorgen voor een lagere regeldruk dan nu het geval is en hebt u meer vrijheid in de besteding van de vervangingsbudgetten. In een krimpsituatie kunt u als eigenrisicodrager bijvoorbeeld makkelijker overformatie benutten voor de vervanging en bent u niet meer gebonden aan een formele rddf-status of aan regels voor de bezetting van een vervangingspool. Daarbij geldt dat de praktijk laat zien dat het zelf beheren van het verzuim en het niet meer klakkeloos één op één kunnen declareren leidt tot een groeiend eigenaarschap en doorgaans een daling van het verzuim. Zeker als het uitreden bij het Vervangingsfonds samengaat met actualisering van het verzuimbeleid en/of het vervangingsbeleid.

Ons aanbod

Met onze expertise stellen wij u in staat een weloverwogen en gefundeerd besluit te nemen: wel of niet uittreden? Natuurlijk beoordeelt het Vervangingsfonds uittredingsverzoeken niet lichtzinnig en is er sprake van grondige screening en gezonde weerstand. Maar het construct dat wij voor u en collegabesturen opzetten, zal deze toetsing doorstaan. Verder kunnen we u ook rondom verzuim- en vervangingsbeleid ondersteunen. Wilt u weten wat voor u de kansen en mogelijkheden zijn en/of begeleiding in het opzetten van uittreding? Neem dan contact met ons op om hier vrijblijvend over door te praten: mail naar mail@arievanloon.nl of bel 06 20 28 38 47.

Trefwoorden: vervangingsfonds, eigenrisicodrager, vervanging bij ziekte, premie betalen

Deel deze pagina met je volgers op social media: