Koplopers ERD Voorne Putten scoren met eigenaarschap en ondernemerschap

14 februari 2017

Pagina afbeeldingEen aantal scholen binnen de samenwerkende besturen op het eiland Voorne Putten werkt sinds september aan het opvangen van kortlopend verzuim binnen het eigen team. Deze “koplopers” lossen ziekte tot twee weken dus niet meer op met ingevlogen vervangers, maar besteden het vervangingsbudget op andere manieren. Het palet aan oplossingen is breed en kan afgestemd worden op de samenstelling van zowel team als leerlingpopulatie. Wat hebben zij geleerd in de eerste maanden dat ze de pilot draaien? Welke uitdagingen kwamen ze tegen? En natuurlijk: welke tips hebben ze inmiddels vanuit de praktijk? Eén centrale boodschap is duidelijk: "Het gaat om de cultuur en het voeren van een goed gesprek over verzuim, over geven en nemen."

Geen bezuiniging: geld anders besteden
Jarenlang kon het primair onderwijs een eindeloos aantal vervangingsbenoemingen geven zonder dat dit tot een vast contract kon leiden. Hierbij werd alle vervanging 1 op 1 gedeclareerd bij het Vervangingsfonds en waren er door een overschot aan personeel in de sector vaak genoeg vervangers beschikbaar. Dat is de laatste tijd wel veranderd: het Vervangingsfonds werd steeds duurder door calculerend gebruik, de WWZ kleedde de vervangingsmogelijkheden uit en het aantal goede vervangers nam hard af. De samenwerkende besturen op het eiland Voorne Putten kiezen te midden van al deze ontwikkelingen voor een eigen koers. Met het oog op het streven naar kwalitatief hoogstaand onderwijs en de overtuiging dat de eigen leerkracht deze kwaliteit altijd het beste kan bieden, hebben ze een zevental directies met tien scholen de mogelijkheid geboden om deel te nemen aan een pilot eigenrisicodragerschap. Deze zogenaamde koplopersgroep heeft als opdracht meegekregen om de eerste 14 dagen verzuim zoveel als mogelijk binnen het eigen team op te vangen. Het voordeel? Het budget dat hiermee gepaard gaat komt volledig ten goede aan het team. Uitbetalen van extra dagen of overuren, samen sparen voor een verre studiereis, het kan allemaal. Natuurlijk kan er ook voor gekozen worden om vast extra formatie te benoemen. De scholen zijn nu een aantal maanden onderweg en dus zijn we benieuwd: wat zijn de ervaringen tot nu toe?

Verschil in motivatie
Een aantal scholen heeft de afgelopen jaren weinig te maken gehad met ziekteverzuim en is de pilot dan ook ingegaan om dit "cultuur-voordeel" te kunnen verzilveren. Voor de Tandem was de motivatie anders: als SBO-school wordt, ten behoeve van de rust in de klassen, vervanging vaak al intern opgelost. Het budget dat gemoeid is met de korte termijn vervanging kan door de school gebruikt worden om schommelingen in het leerlingaantal en daarmee in het budget op te lossen. De directie van de Tandem benadrukt dat de sleutel rondom het ziekteverzuim ligt in het voeren van een goede dialoog over verzuim. Daarbij is het belangrijk om te geven en nemen. Beeldend vertelt Ed Bol over een gesprek dat hij met een teamlid had over "muren van karton" als de persoon vrij wilde hebben maar "muren van beton" op het moment dat de school een beroep deed op de flexibiliteit van betreffend teamlid. "Mensen komen niet naar hun werk als ze zich niet fit voelen voor geld of omdat ze het gevoel hebben onmisbaar te zijn, maar omdat ze zich met elkaar verantwoordelijk voelen", is zijn mening.

Op de Vuurvogel en de Kameleon is er nog geen groot beroep gedaan op de flexibiliteit. De directie, Arnold Eijgelsheim en Melissa Post, hebben met verzuimcijfers van 2,63% op de Vuurvogel en 0,95% op de Kameleon ook geen reden tot klagen over de verzuimcultuur. Zij zijn de pilot dan ook beleidsarm ingegaan en zoeken nog naar de juiste manier om het team, dat nu nog bij elke vervanging naar de directie kijkt, bij de pilot te betrekken. Ook vraagt Arnold zich na de gesprekken in de stuurgroep tussen de diverse deelnemende directies af wat nu de oorzaak van een laag verzuim is. Wat is het meest van invloed op de verzuimcultuur: de mindset van teamleden zelf, de historie van een team of school, de aanpak of houding van de leidinggevende? "Eigenlijk zou ik graag een stuk onderzoek zien naar wat er goed gaat, zodat je daar met alle directies ook bewuster op kunt sturen."

Extra vaste formatie vanuit vervangingsbudget
Met 't Schrijverke heeft directeur Sylvain Bogerd een heel andere koers voor het opvangen van verzuim gekozen dan de andere deelnemers: er is een vacature uitgezet voor een onderwijsassistente (OA) voor enkel de contacturen, dus 25,5 uur per week. Hoewel de markt krap is, werden hiervoor met gemak 10 sollcicitaties ontvangen. Niet alleen van OA'ers, maar juist ook van leerkrachten, ondanks dat het salaris in schaal 4 voor hen een flinke daling is. "Het voordeel van de vacature is dat het om alleen contacturen gaat, je bent dus echt alleen met onderwijs en de kinderen bezig", aldus Sylvain. Hij ziet het als een vacature die aansluit bij de passie van mensen en daardoor aantrekkelijk is. Zolang de vacature nog niet vervuld is wordt de vervanging vooral opgevangen met ambulante mensen; dat lukt, maar moet niet te lang duren is zijn mening. Deelname aan de pilot ziet hij als "een ondernemerskans om te bouwen aan ons onderwijskundig concept". Dat concept is het meer differentiëren in functies door een mix van leerkrachten en OA'ers en meer in units te werken dan in traditionele groepen / klassen. Het budget van de korte termijn vervanging helpt deze transitie in concept te versnellen.

De Hoeksteen had in een maand tijd 9 dagen kortlopend verzuim die opgevangen moesten worden. In de onderbouw lukte dit door onderling dagen te ruilen of eventueel een groep samen te voegen. In de middenbouw schoof tijdelijk iemand in die normaal gesproken ambulant is. Ook de directie van de Hoeksteen, Martin Ooms, heeft gekozen om het budget van het kortlopende verzuim te gebruiken om extra OA-formatie aan te stellen. Het inschuiven van ambulante mensen zou daardoor wanneer dit teamlid voldoende ingewerkt is niet meer nodig hoeven zijn. De bovenbouw bleek het moeilijkst, daar moest één keer een groep naar huis gestuurd worden omdat verdelen geen optie bleek. Martin ziet dat het team actief meedoet in de pilot: "Twee keer werd er onderling geruild, zonder dat er mij om vervanging is gevraagd. De leerkrachten hadden dat zelf geregeld."

Bij een ander SBO, de Branding, wordt opgemerkt dat het deelnemen aan de pilot en het actief bezig zijn met verzuimbeleid in samenwerking met het team past bij het streven naar eigenaarschap en professionele ruimte. Directeur Marjolijn Twilt heeft ervoor gekozen om het budget dat normaliter gemoeid is met de korte termijn vervanging te gebruiken om de formatie uit te breiden met een betaalde leraar in opleiding (LIO), die de hele week op school is. Dit teamlid heeft ook op school studiefaciliteiten om dit mogelijk te maken. Als de LIO'er in de vaste groep staat nemen ambulante teamleden de vervanging voor hun rekening, waarna deze hun ambulante tijd weer "terugkrijgen" op de dagen dat de LIO’er weer beschikbaar is. Volgens Marjolijn geeft de aanwezigheid van de LIO'er "rust in het team, omdat iedereen weet dat er een oplossing is bij eventuele ziekte".

Niet alleen vitaal, maar ook helemaal op elkaar ingespeeld
De drie scholen van Caroline Stenneken, de Driehoek, Mildenburg en Overbos, hebben een heel eigen invulling gekozen om het budget te benutten. Naast de vergoeding die verstrekt wordt voor het opvangen van het verzuim met het eigen team, wordt het vervangingsbudget vanuit de Koplopersgroep gebruikt om op vrijdagmiddag met elkaar te sporten. In samenwerking met lokale aanbieders wordt een breed aanbod gerealiseerd, van fitness tot yoga. Los van het feit dat sporten goed werkt om het hoofd leeg te maken en de stress van de werkweek achter je te laten, merkt Caroline aan haar team dat het gezamenlijk sporten er ook voor zorgt dat teamleden meer op elkaar ingespeeld raken en zodoende ook meer kennis en ervaring delen. Het mes snijdt dus duidelijk aan twee kanten. Alle teams hebben na de start van de pilot een protocol opgesteld waarin opgenomen is hoe vervanging geregeld wordt, wat voor de directie een duidelijke taakverlichting betekent. Ervaren de teamleden het als verzwaring? Nee, zegt Caroline: "Waar je soms als directie heel moeilijk denkt bij bepaalde vervangingen, blijkt dat als mensen het zelf moeten regelen het vaak heel simpel opgelost wordt." De enige kanttekening die er te maken valt is dat op de kleine scholen het vaak moeilijk is om kinderen te verdelen over de andere groepen, omdat er minder groepen zijn en het niveauverschil tussen eigen groep en opvanggroep heel groot wordt. Los daarvan zijn directie en teams het erover eens: de pilot is een succes en zij gaan fit hun weekend in.

Conclusie
Duidelijk is dat de pilot door de deelnemende directies met name gebruikt wordt als kans om de eigen school of het eigen concept te versterken: er wordt extra formatie benoemd die sowieso wenselijk was en waar nu budget voor ontstaat, er wordt budget uitgespaard dat gebruikt wordt om een stabiele formatie te kunnen realiseren, etc. Ook de insteek om de vitaliteit te versterken is een mooie, nieuwe invalshoek die voor veel scholen van waarde kan zijn. Op een aantal scholen zal de cultuuromslag de komende tijd nog verder vorm moeten krijgen, maar de basis is duidelijk op orde. Met eigenaarschap en ondernemerschap worden mooie resultaten geboekt.

Benieuwd naar de ervaringen van andere Koplopersgroepen? Lees dan ook:
Ervaringen vanuit de pilot ERD en beleidsrijk vervangingsbeleid (21 juni 2016)
Koplopersgroep AMOS behaalt successen met nieuw vervangingsbeleid (5 juli 2016)

Trefwoorden: eigenrisicodragerschap, vervangingskosten, verzuim, vervangingsfonds, wwz, vervangingsbeleid, verzuimbeleid

Deel deze pagina met je volgers op social media: