5 redenen om eigenrisicodrager voor het Vervangingsfonds te worden

3 maart 2016

Pagina afbeeldingSchoolbesturen die voor 31 december opgezegd hebben bij het Vervangingsfonds, hebben tot 15 maart de tijd om hun uittreding daadwerkelijk te formaliseren of toch in het fonds te blijven. Wij geven 5 goede redenen om de uittreding bij het Vervangingsfonds zo snel mogelijk te formaliseren dan wel om op te zeggen per 1 januari 2017 voor besturen die dit nog niet gedaan hebben.

1. Betaal niet dubbel voor personeel dat ziek uit dienst gaat
Sinds 1 juli 2015 is de wet werk en zekerheid (WWZ) van kracht. Hoewel het onderwijs bij regulier ontslag nog geen transitievergoeding verschuldigd is tot 1 juli 2016, is dit bij iemand die wegens ziekte uit dienst gaat wel het geval. Een oudere leerkracht met redelijk wat dienstjaren kan zo 40 of 50 duizend euro mee dienen te krijgen als deze na twee jaar ziekte uit dienst gaat. Voor een bestuur dat eigenrisicodrager is kan dit als investering in lager verzuim gezien worden (zij hoeven geen vervanger meer te betalen dus sparen ook kosten uit). Besturen die aangesloten zijn bij het Vervangingsfonds sponsoren vooral de nog aangesloten besturen door een lager verzuim als gevolg van deze uitbetaling. Wat ze ervan terug zien in de vorm van een mogelijke bonus door het dalende verzuim zal waarschijnlijk nooit het bedrag zijn wat ze aan vergoeding moeten betalen.

2. Bepaal je eigen regels
Op het reglement van het Vervangingsfonds is al jaren kritiek. Het fonds beloont creatieve oplossingen voor verzuim niet en geeft een prikkel om al het verzuim één op één te vervangen. Besturen die eigenrisicodrager zijn hoeven met dit reglement geen rekening meer te houden en hebben dus wel budget om de directeur of een teamleider een dag te laten vervangen in noodsituaties. Of om mensen die al op de payroll staan en daardoor door het VF niet als vervangers worden gezien in te schuiven in de groep waar een probleem ontstaat. Een eigenrisicodrager is dus in staat om zelf regels te bepalen die optimaal aansluiten bij het eigen verzuimbeleid en de visie op verzuim en vervanging faciliteren.

3. Verlaag je verzuim met een toegenomen eigenaarschap
Natuurlijk is verzuim niet uit te bannen en hoewel we het niet graag horen of onderkennen moeten we wel eerlijk naar onszelf blijven: het één op één vervangen vanuit declaraties kan verzuim soms wel onnodig in stand houden. Hoeveel van ons hebben niet ooit gedacht: "laat hem of haar nog maar even ziek blijven, want die vervanger die ik nu heb, dat is echt een toppertje". Dat die zieke 200 tot 300 euro per dag kost zagen we de afgelopen decennia niet en dat is niet echt een stimulans geweest om het verzuim zo snel mogelijk te beëindigen. Daar zit niet alleen een financieel aspect aan, maar ook een uiting van goed werkgeverschap: het is voor de werkbeleving en motivatie van een werknemer niet bevorderlijk als hij merkt dat niemand er rouwig om is dat hij afwezig is. Meer eigenaarschap doordat leidinggevenden in hun budget gaan zien wat een afwezige kost zal ook leiden tot actiever verzuimbeleid. NB: Inmiddels zijn er hele mooie voorbeelden van de resultaten die met dit eigenaarschap behaald kunnen worden, lees daarvoor het artikel De resultaten van een jaar lang beleidsrijk vervangingsbeleid met de Koplopers ERD van 16 mei 2017.

4. Geef geld uit waar het echt nodig is en doe dat preventief
Dat actiever verzuimbeleid en de lagere verzuimkosten die daaruit voortvloeien leiden tot meer budget dat beschikbaar is voor andere zaken. Nu sponsort een bestuur met een laag verzuim indirect besturen met een hoog verzuim, zodat vooral de sector profiteert van deze high performers en niet zijzelf met hun teams. Als je eigenrisicodrager bent kun je dat budget echter geheel zelf aanwenden. Bijvoorbeeld door de groepsgrootte te verlagen of te investeren in goede ondersteuning in en buiten de groep waardoor de werkdruk lager wordt. Of in preventieve maatregelen: als je dat teamlid die het op het moment wat minder trekt een coach biedt kost dat wellicht 1.500 euro uit je verzuimbudget, maar het bespaart duizenden euro's aan verzuim. Zelf betalen is ook zelf bepalen. Dus eigenrisicodragers hebben zelf de regie waaraan ze het geld besteden en plukken daar zelf de vruchten van.

5. Voorkom verdere kostenstijgingen door hogere premies of lagere vergoedingen
Stel dat het Vervangingsfonds uit vijf besturen zou bestaan waarvan er één een verzuim heeft van 2%, één een verzuim van 8% en een verzuim van 10% voor de rest. De premie zou dan een gemiddeld verzuim van 8% moeten dekken wat het maar voor één bestuur interessant maakt om zelfstandig verder te gaan: het bestuur met 2% verzuim. Op het moment dat dit bestuur uittreedt stijgt het gemiddeld verzuim naar 9,5% en zal de premie dus ook zodanig stijgen dat het opeens zelfs voor het bestuur met een verzuim van 8% interessant gaat worden zijn biezen te pakken. Wat is de moraal van dit verhaal? De afgelopen jaren zijn de minst verzuimende besturen al uitgetreden of zullen dat dit jaar gaan doen. De kosten voor de verzuimverzekering via het Vervangingsfonds (los van de vraag of dit geregeld wordt via de hoogte van de premie dan wel aan de achterkant het verlagen van de normvergoedingen) zullen dus niet lager gaan worden. Langer wachten betekent dus ook langer dan wel een oplopend nadeel.

Twijfel je over of uittreding voor jouw bestuur wel een financieel voordeel oplevert? Check ons recent ge-updatet rekenmodel voor uittreding bij het artikel van vorig jaar.

Trefwoorden: eigenrisicodragerschap, vervangingskosten, verzuim, vervangingsfonds

Deel deze pagina met je volgers op social media: