8 arbeidsvoorwaarden in het onderwijs die je niet ziet

12 mei 2016

Pagina afbeeldingAls afgeleide van de ambtenaren-cao kent het onderwijs een sterke arbeidsrechtpositie met navenante beloning. Toch hebben veel werknemers in de sector het idee dat ze minder salaris krijgen dan vergelijkbare beroepen. Dit is bepaald niet het geval, maar het gevolg van bepaalde arbeidsvoorwaarden die niet zichtbaar zijn als je simpelweg brutosalarissen vergelijkt. Daarom even aandacht gevraagd voor: 8 arbeidsvoorwaarden die je niet ziet.

1. Pensioen

Hoewel pensioenen met een imagoprobleem kampen, heeft een pensioen een grote waarde die we ons niet altijd beseffen als het nog een ver van ons bed show is. Voor de werkgever is het een voorziening die per persoon honderden euro's per maand kost. Veel commerciële werkgevers hebben al lang geleden het pensioen overboord gezet om het brutoloon omhoog te krikken en zo aantrekkelijker te zijn voor het gros van de werkende populatie die vergeet de waarde van het pensioen (lees: de maandelijkse premiebijdrage van de werkgever, zo'n 11%) bij het eigen brutoloon op te tellen.

2. Verlof

De loonschalen in het onderwijs zijn gebaseerd op een uitbetaling van 36,86 uur bij een fulltime dienstverband terwijl er 40 uur per week gewerkt wordt. De overige uren worden 'uitbetaald' als verlof zodat leerkrachten een zeer groot gedeelte van de schoolvakanties kunnen matchen. Ga je jouw brutoloon vergelijken met het salaris in een andere sector? Dan moet je 9% bij je eigen brutoloon optellen om een goed vergelijk te krijgen.

3. Loondoorbetaling bij ziekte

Pagina afbeeldingEen eerste ziektedag die voor eigen rekening komt (wachtdagen), een loondoorbetaling bij ziekte van 70%? Niet elke sector is op dezelfde manier geregeld. Maar in het onderwijs krijg je het eerste ziektejaar 100% doorbetaald, net als in veel andere door een cao geregelde sectoren. Dit is echter geen wettelijk recht en kost werkgevers geld wat niet aan andere zaken besteed kan worden.

4. Verhoogde werkeloosheidsuitkering

Het onderwijs kent ook na het nieuwe cao-akkoord nog altijd een uitgebreid stelsel aan regelingen bij werkeloosheid. Hoewel de zogenaamde boven- en nawettelijke uitkeringen in het genoemde akkoord flink teruggesnoeid zijn, ligt de totale uitkeringssom nog altijd een paar ton boven wat "in de markt" gebruikelijk is. Ook hier geldt weer: een "onzichtbare" arbeidsvoorwaarde voor de reguliere werknemer die flink loonruimte opsoupeert. Tip: lees ook "Onhoudbaarheid uitkeringslasten onderwijs zit in prijs, niet in aantal".

5. Verlengde opzegtermijn

Een opzegtermijn van 2 of 3 maanden? Nee, in het onderwijs kennen we vooralsnog de zogenaamde RDDF-plaatsing. Dit betekent dat werknemers eigenlijk minimaal 12 maanden opzegtermijn hebben. Een werkgever die geconfronteerd wordt met een direct verlies aan omzet (een subsidie die wegvalt) of kosten die onverwacht flink stijgen moet zijn werknemers dus minimaal nog een jaar doorbetalen. Deze zekerheid voor werknemers moet ergens uit bekostigd worden en is feitelijk ook een arbeidsvoorwaarde.

Pagina afbeelding

6. Verlofregelingen

Veel sectoren kennen een bepaalde vorm van seniorenuren of constructies voor duurzame inzetbaarheid. In weinig sectoren is het echter zo luxe als het onderwijs. Al vanaf 30 jaar (!) ontvangen werknemers de eerste uren aan leeftijdsverlof. En waar mensen in een andere sector als ze op latere leeftijd minder willen gaan werken hun werktijdfactor zelf terug laten schroeven, kent het onderwijs nog altijd een afgeslankte vorm van de oude bapo waarmee de werkgever het gros van de kosten voor zijn rekening neemt. Een ander voorbeeld: betaald ouderschapsverlof. Waar de wet voorschrijft dat werkgevers minimaal verplicht zijn om onbetaald ouderschapsverlof te bieden, kent het onderwijs een grotendeels betaald ouderschapsverlof.

7. Automatische periodiek

Na een schooljaar wat weer eens top liep krijg jij je periodiek. Je collega die al tijden niet lekker functioneert krijgt die periodiek ook. Sterker nog: als deze niet functioneert mag hem of haar maar één keer tijdens het hele dienstverband die periodiek onthouden worden. In andere sectoren werkt het precies andersom: normaliter krijg je geen periodiek, tenzij in geval van uitzonderlijke prestaties. Ook hier geldt: het moet uit de lengte of uit de breedte komen. Die automatische periodiek soupeert dus ook loonruimte op.

8. Eindejaarsuitkering

De vaste eindejaarsuitkering is een arbeidsvoorwaarde die vaak vergeten wordt. Waar het vakantiegeld vrij standaard is, is de eindejaarsuitkering in andere sectoren vaak ingeruild voor een variabele beloning of winstdeling. In tijden van economische voorspoed kan het een bonus worden die veel hoger uitpakt dan wat we in het onderwijs krijgen. Er zijn echter genoeg werknemers die sinds de economische crisis van 2008 niets meer hebben gehad waar het onderwijs elk jaar keurig zijn 'winstdeling' ook bij forse verliezen heeft mogen toucheren.

Zeker na de nieuwe loonsverhoging die met het recente cao akkoord aangekondigd is blijkt het onderwijs een sector waar de beloning (integraal bekeken) zeker niet uit de pas loopt met de uitdagingen die het werk biedt. Dat mag ook wel eens gezegd worden.

Trefwoorden: cao po, onderwijs, loonstijging, uitkeringslasten, lonen, salaris onderwijs

Deel deze pagina met je volgers op social media: