Personele bekostiging onderwijs in 2015 beperkt geïndexeerd

20 juni 2015

Pagina afbeeldingDe personele bekostiging voor de onderwijssector wordt per 2015 beperkt geïndexeerd. Op basis van het zogenaamde referentiemodel komt de bijstelling op 0,44% uit. Deze bijstelling geldt voor heel 2015, wat betekent dat de bekostiging voor zowel het lopende als het komende schooljaar bijgesteld zal worden. Voor het lopende schooljaar zal de bijstelling beperkter zijn omdat deze dus alleen betrekking heeft op de laatste zeven maanden daarvan.

Referentiemodel
Het referentiemodel is een systematiek waarbij de prijsfactoren in de marktsector worden gemeten en vertaald worden naar een bekostigingscorrectie voor overheidssectoren. Dit moet deze sectoren een budgetbijstelling bezorgen die dusdanig van omvang is dat ze hiermee concurrerend blijven op de arbeidsmarkt. Het referentiemodel bestaat uit een aantal factoren, waarvan de vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de vergoeding voor de pensioenontwikkeling dit keer voor de grootste effecten zorgen.

De contractloonontwikkeling is 1,1% positief, maar de pensioenontwikkeling is 0,56% negatief. Dit is het gevolg van het pensioenakkoord dat het kabinet sloot met de oppositie. Dit akkoord voorziet in een lagere pensioenopbouw (als gevolg van het feit dat mensen langer moeten doorwerken) wat ervoor zorgt dat de premies dalen. Deze twee cijfers vormen de hoofdmoot van de uiteindelijke bijstelling van 0,44%.

Oplopend verschil kosten en bekostiging
De indexatie vanuit het referentiemodel ligt met 0,44% dus fors lager dan de verwachting op basis waarvan de cao-partijen in 2014 de 1,2% loonsverhoging hebben afgesproken. De te verwachten effecten van het pensioenakkoord waren toen al bekend, dus had ook deze discrepantie voorzien kunnen worden. Natuurlijk heeft het pensioenakkoord ook een gunstige werking voor de werkgevers in het onderwijs, aangezien zij 2/3e van de pensioenpremie betalen. Deze daling van circa 2% is echter in de vorm van de eenmalig verhoogde uitkering voor de dag van de leerkracht ook weer voor de helft teruggegeven aan de werknemer. Daarnaast hadden de werkgevers deze compensatie feitelijk nodig om de forse stijging in kosten en premies voor vervanging en wachtgelden van de afgelopen jaren enigszins te kunnen financieren. Deze stijging wordt namelijk niet gedekt door de indexering van de lumpsum.

Overigens is er nog een debat gaande over de mate waarin de verhoging van de dag van de leerkracht, zijnde niet vastgelegd in of een uitvloeisel van een formele cao, bindend is voor de werkgevers. Onzeker is dan ook of alle werkgevers daadwerkelijk deze verhoging uit gaan keren.

Trefwoorden: bekostiging, onderwijs, lumpsum, referentiemodel, indexering, personele bekostiging

Deel deze pagina met je volgers op social media: